Overslaan en naar de inhoud gaan
Whole body EMS

Modulatietijden EMS Training

Hoe zien EMS-impulsen eruit?

EMS-impulsen zijn niet alleen ‘stoom aan / stroom uit’; ze hebben eerder een goed gedefinieerde timing – de zogenaamde ‘modulatie’. Deze modulatie heeft een doel: tijdens de training bereiken de spieren niet direct hun maximale spanning, maar moeten ze eerst wennen aan de stroom. De modulatie zorgt er dus voor dat de spiertraining met een EMS-apparaat zo fysiologisch mogelijk is. Elke modulatie kent vier fasen:

De opbouw (tijdsduur tot de maximale stroom)

Tijdens de opbouwtijd worden de spieren voorbereid op de training die eraan komt en wordt gezorgd voor een voorspanning. Deze voorspanning heeft ook invloed op de sterkte van de daaropvolgende spierspanning (de contractie). De opbouwtijd is de duur van de nullijn (geen stroom) tot de maximale stroom. Voor een gezonde spier moet de opbouwtijd minimaal 2 seconden zijn.

De work-out (de maximale stroom)

Tijdens de work-out-tijd wordt de maximale stroom bereikt. In deze fase vind ook de grootste spierspanning plaats. Hoelang de work-out-tijd duurt, is altijd afhankelijk van de gekozen training. De periode dat maximale stroom wordt gegeven, kan worden verlengd tot 10 seconden en hoger.

De afbouw (tijdsduur tot de nullijn)

Tijdens de afbouw ontspannen de spieren langzaam. Een langzame ontspanning is veelal aanzienlijk aangenamer dan een plotselinge ontspanning en draagt dus bij aan het comfort van stimulatie. De afbouwtijd is meestal 1-2 seconden.

De pauzetijd (geen stroom)

De pauzetijd is met name belangrijk voor het effect van de EMS-training. Tijdens deze fase heeft de spier tijd om te herstellen van de vorige contractie. Dit geldt zowel voor elektrostimulatie als voor een gewone training. De verhouding tussen work-out- en pauzetijd moet minimaal 1: 1 zijn, maar een verhouding van 1:3 tot 1:5 is nog beter. De opbouw en de afbouw tellen niet mee voor de work-out-tijd.