Overslaan en naar de inhoud gaan
Whole body EMS

Welke stroom doet wat?

Parameters van de elektrische impulsen

Belangrijke parameters van de elektrische impulsen, die bepalen welk effect wordt geactiveerd, zijn de pulsvorm, de frequentie en de pulsbreedte. Elektrostimulatie-apparaten bevatten vaak vooraf geïnstalleerde programma’s met de optimale parameters voor spieropbouw, spiertraining of pijntherapie. Wil je meer weten? Hieronder lees je hoe elke parameter jouw elektrische stimulatie beïnvloedt.

Pulsvorm

De pulsvorm geeft informatie over de wijze waarop een enkele puls is opgebouwd en of deze gelijkstroom of wisselstroom is. De meeste apparaten gebruiken rechthoekige pulsen. Speciale pulsvormen zoals de driehoekige puls, worden bijvoorbeeld gebruikt bij de revalidatie van bepaalde verlammingen (parese-stimulatie).

Moderne elektrostimulatie-apparaten (EMS apparaten) gebruiken veelal uitgebalanceerde wisselstroompulsen (bifasische pulsen met een gelijk aandeel van positieve en negatieve pulsen) die het risico op huidirritatie aantoonbaar verminderen. Daardoor is langdurig gebruik ervan mogelijk.

Monofasische pulsen of gelijkstroom, die alleen een positief aandeel hebben, i.e. die alleen in één richting stromen, worden vooral gebruikt op medisch gebied en voor speciale vormen van therapie zoals iontoforese. Bij die behandelingen wordt bijvoorbeeld zalf en medicatie onder de huid aangebracht. Een bijzonder gebruik is de behandeling van overmatig zweten (hyperhidrose).

Frequentie

De belangrijkste factor voor het werkingsmechanisme van elektrostimulatie is de frequentie, dat wil zeggen het aantal pulsen per seconde (= Hertz of kort Hz). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden.

De meest gebruikte en best bestudeerde is de toepassing van laagfrequente stroom tot 1.000 Hz. Meestal worden frequenties tussen 2 en 120 Hz gebruikt.

Bij spierstimulatie worden de type I-spiervezels aangesproken door een frequentie van 2-15 Hz. Type I-spiervezels reageren langzaam en zijn verantwoordelijk voor het uithoudingsvermogen omdat ze nauwelijks vermoeid raken. Pulsen in het bereik van 35-100 Hz reageren eerder op de sneller reagerende type II-spiervezels. Deze spiervezels zijn verantwoordelijk voor explosieve, snelle kracht. Ten behoeve van spiertraining wordt in de gebieden met veel type II-spiervezels vaak gekozen voor impulsen. Dit wordt ook wel EMS genoemd (= elektrische spierstimulatie of elektromyostimulatie).

Bij pijntherapie worden frequenties in het bereik van 80-100 Hz gebruikt om de overdracht van pijnstimuli te blokkeren. Daarentegen veroorzaakt een frequentie tussen 2-15 Hz de afgifte van bepaalde pijnstillende stoffen die het lichaam zelf produceert, te weten endorfines, die naast de pijnverlichting ook de stemming positief beïnvloeden. Veel atleten kennen het effect van endorfines al uit training. Endorfine is onder andere verantwoordelijk voor het gevoel van geluk na een zware training.

Sinds enige tijd neemt het aantal elektrostimulatie-apparaten (EMS apparaten) in het middenfrequentiebereik steeds meer toe. Deze apparaten werken vaak met frequenties in het bereik van 1.000-15.000 Hz (= 1-15 kHz), waarvan de meeste een frequentie hebben die ligt tussen 2 en 6 kHz. Het voordeel van middenfrequente elektrotherapie-apparaten is onder andere dat middenfrequente stroom de huidweerstand gemakkelijker overwint dan laagfrequente stroom, waardoor dit kan worden gebruikt om makkelijker krachtige spieraanspanningen te activeren en grotere gebieden behandeld kunnen worden. De gebruikers ervaren middenfrequente impulsen meestal als uiterst aangenaam.

De middenfrequente pulsen worden veelal gemoduleerd door verschillende methoden, zodat tegelijkertijd effecten van laagfrequente stimulatie worden gegenereerd en de impulsen draaglijk zijn. Middenfrequente elektrostimulatie wordt voornamelijk gebruikt op het gebied van EMS training, maar wordt ook gebruikt bij pijntherapie.

Pulsbreedte

De pulsbreedte geeft de duur van één enkele puls aan. Hoe groter de pulsbreedte, hoe dieper de stroom in het weefsel doordringt en hoe sterker het stimuluseffect. Bijvoorbeeld, om de dieper liggende spieren te bereiken, moet de impuls breder zijn dan tijdens een training van de oppervlakkige spieren.

Heb je nog vragen? Deze kun je aan ons stellen via 033-3037768 of via info [at] stimawell-ems.nl